Interview Denise Jannah

Ik druk op de bel naast het naambordje D.J. Zeefuik. Zo is haar familienaam, maar bekend werd ze onder haar voornamen Denise Jannah (Johanna). Als eerste Nederlandse kreeg ze een contract bij het prestigieuze platenlabel ‘Blue Note’. Ze stond zeven keer op het North Sea Jazz Festival en heeft opgetreden van Johannesburg tot New York en Tokyo. En op Koninginnedag dit jaar treedt ze op in Kigali, Rwanda, voor de Nederlandse ambassade.
Ze won twee Edisons en trad op voor vele staatshoofden, onder wie koningin Beatrix, Nelson Mandela en Bill Clinton. In 2009 werd ze benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau. En vanaf deze maand ligt ook haar cd ‘Best of the Blue Note Years’
in de winkels. We kunnen dus wel vast stellen dat we hier te maken hebben met een echte ster in Leidsche Rijn.

 

Ik word verwelkomd in een mooi, ruim en licht appartement in Parkwijk. “Welke maat schoenen je?” Denise geeft me een paar sloffen. “Behalve dat zo mijn houten vloer mooi blijft, is het ook een Surinaamse gewoonte: niet met je straatschoenen door het huis.”
Ik vind het wel wat hebben… Ook de inrichting is echt Surinaams: veel planten, een deel in antieke koperen potten, koperen kandelaars,  Surinaamse poppen en veel, nog op te hangen, schilderijen.
“Ik woon hier inmiddels al een paar jaar, maar nog steeds is het niet af. Vooral dingen aan de muur ontbreken nog , maar dat vind ik ook lastig. Een schilderij ophangen is zo definitief, je krijgt gaten in de muur, en zometeen krijg ik spijt…”

Ik vraag me af hoe een groot musicus als zij terecht komt in Leidsche Rijn en niet ergens in Amerika woont…

“Het is heel simpel. Ik bladerde door een makelaarskrant, ik las de beschrijving van het appartement en dat sprak me aan. Ik kende de wijk niet, ik kende de opzet niet en pas later begreep ik dat het echt een uitbreiding van de stad Utrecht is.

Ik vind het wel mooi en interessant dat het zo in ontwikkeling is, er zit beweging in en er komen nog steeds nieuwe stukken bij. Ik fiets in een wip naar het gezondheidscentrum en het gezellige winkelcentrum. Ik heb het hier zeker naar mijn zin.

Ooit heb ik ook wel overwogen om in New York te gaan wonen. Zo was ik uitgerekend op de avond van 10 september 2001 daar een appartement aan het bezichtigen. Ik wilde er voor een jaar gaan wonen, maar na 9/11 werd alles anders. Alles veranderden en ik wilde na mijn optredens snel naar huis. Uiteindelijk zat ik in het vliegtuig terug naar Amsterdam met 86 man, terwijl er 350 in konden. Velen durfden toen niet meer te vliegen. Ik heb daar gelukkig geen last van en reis nog steeds heerlijk de wereld rond.

 

Ik hou van reizen. De sfeer op Schiphol, de spanning, je koffers pakken, hotelovernachtingen, een andere cultuur. Het voelt elke keer als een kleine vakantie, en wie wil dat niet?!

Maar gelukkig vind ik het ook altijd fijn om hier weer thuis te komen. Als ik weer terug ben na een reis roep ik ook altijd ‘Hallo huis, daar ben ik weer!’.

Ik heb hier een hele fijne plek en het uitzicht vanaf mijn appartement, 6-hoog, daar ben ik gek op! Je kan heel ver kijken. Aan de ene kant kun je de Domtoren zien, aan de andere kant kijk je neer op de atletiekbaan waar je elke dag andere mensen ziet sporten. En wanneer de avond valt, kan ik van de mooie zonsondergang genieten.
Een paar straten achter bij mij heb je een heerlijk plekje waar ik graag kom als het mooi weer is. Dan zit ik lekker met een boek op het bankje aan het water. Heerlijk die ruimte en die rust.

Ook met de buren is het contact leuk. Een paar keer per jaar hebben we een borrel, of een barbecue, echt gezellig. En mijn overburen Eric en Anneke zijn lieverds, zij zorgen voor mijn post en planten wanneer ik weg ben.

 

Ik woon al heel lang in Utrecht. Ik heb hier, inmiddels heel lang geleden, een tijd rechten gestudeerd.

Van huis uit kregen mijn drie zusjes en ik mee dat het belangrijk was onszelf te ontwikkelen. We keken het journaal, lazen de kranten en het werd ons op het hart gedrukt dat we later voor onszelf moesten kunnen zorgen. Kennis is macht. Het maakte niet uit wat je studeerde, maar wel dat je studeerde. Toen koos ik voor de studie rechten. Ik wist niet precies wat ik wilde, maar met rechten kon je veel kanten op.

Maar de muziek begon te trekken. Vanuit mijn verantwoordelijkheidsbesef en schuldgevoel, vooral naar mijn ouders toe, schreef ik me toch elk jaar weer in op de universiteit. Terwijl ik al lang klaar had kunnen zijn bleef ik maar een beetje doormodderen. De motivatie was al lang weg. Uiteindelijk heb ik toen de knoop doorgehakt en ben ik overgestapt naar het conservatorium. Van rechten zou ik nooit blij worden, van zingen wel!

Ik had simpelweg nooit nagedacht over een carrière als muzikant. Zingen hoorde zo bij mijn bestaan en was zo’n dagelijks onderdeel van mijn leven, dat ik er nooit bij stil had gestaan dat je daar ook je beroep van kon maken. Zingen was als eten, drinken en slapen. Bij ons thuis werd er altijd gezongen.
Zingen is voor iedereen fijn, of je het nou kan of niet, je moet gewoon lekker zingen. Op de fiets, onder de douche, met vrienden. Het maakt niet uit.

Ik hou ontzettend van zingen, en het maakt niet uit wat ik zing, welke taal of stijl.
Ik ben een Jazz zangeres. Maar van huis uit ook allround, ik beheers meerdere stijlen. Nu ben ik vooral door Jazz bekend geworden, maar soms werkt dat ook beperkend. Ik kreeg vaak het etiket opgeplakt dat ik alleen Jazz zing terwijl ik meer kan. Ik schrijf en componeer, zet ook poëzie op muziek. Ik presenteer, acteer, en ben zangpedagoge.
Het fijne aan muziek is dat eigenlijk alles mogelijk is en het is zo universeel.
Het maakt niet uit voor wie je zingt. Jong, oud, Europees, Aziatisch, het kan iedereen raken.

Daarom voelt het wel als een soort plicht om iets te doen met mijn stem.
Ik stel me heel dienstbaar op. Muziek troost, het laat je lachen, het laat je huilen. Muziek is echt magisch, het kan zoveel en het doet zoveel. Daarom ben ik me heel bewust van mijn verantwoordelijkheid als musicus.

Ik kan het voor mezelf houden, maar ik heb het gevoel dat ik er ook ben om iets voor iemand anders te betekenen. En dan niet Denise die iets kan betekenen, maar de muziek die ik mag overbrengen.

Ik vind het mooi om te zien dat ik met mijn stem en muziek mensen kan raken, in verroering kan brengen. Het maakt mij dan niet uit voor wie ik zing. Ik heb voor staatshoofden gezongen, maar zing ook dolgraag voor de bewoners van het Leendert Meeshuis in Bilthoven, een verzorgingstehuis. Dat maakt mij net zo gelukkig en tevreden. Tegen het einde loop ik ze altijd allemaal langs om hun handen te pakken of een aai over de wang te geven, al zingend. Dan voel ik de zindering, het trillen van de lucht tussen mij en de oudjes wier handen ik vastpak. Mensen die soms alleen nog met hun ogen kunnen praten, maar met wie ik even een dieper contact heb via de vibraties van de tonen die ik zing. Dat vind ik ontroerend en het geeft mij zoveel energie.

En sommige mensen zullen het niet begrijpen, maar ik zing ook graag op een begrafenis. Ik vind het fijn dat ik kan bijdragen aan een mooie begrafenis. Ik kan op zo’n dag, door maar twee minuutjes te zingen, mensen troost geven en dat is juist dan zo belangrijk.
Er zijn er die dat eng vinden, ik niet. Dat kan deels ook te maken hebben met dat ik wel geloof in een leven na de dood. De dood betekent voor mij niet  het einde en een definitief afscheid.

 

Ook mij doet muziek elke keer weer iets. Hoe vaak ik een nummer misschien ook zing, toch is het heel makkelijk om de gevoelens weer op te roepen. Elke keer is een andere dag, is het ander publiek en ik ben gewoon heel blij dat ik weer mag optreden. Het verveelt nooit.

Ik ben er heel dankbaar voor dat ik op deze manier boodschappen kan overbrengen.

Ik neem het dan ook nooit als vanzelfsprekend dat deze carrière mij gegeven is. Muziek en zingen is voor mij inderdaad werk, maar het is ook mijn passie en ontspanning. Dat is een luxe. Ik heb gewoon het leukste werk dat er is.

Ik ben een gezegend mens dat ik mag doen wat mij het meest gelukkig maakt.”

Ik druk op de bel naast het naambordje D.J. Zeefuik. Zo is haar familienaam, maar bekend werd ze onder haar voornamen Denise Jannah (Johanna). Als eerste Nederlandse kreeg ze een contract bij het prestigieuze platenlabel ‘Blue Note’. Ze stond zeven keer op het North Sea Jazz Festival en heeft opgetreden van Johannesburg tot New York en Tokyo. En op Koninginnedag dit jaar treedt ze op in Kigali, Rwanda, voor de Nederlandse ambassade.
Ze won twee Edisons en trad op voor vele staatshoofden, onder wie koningin Beatrix, Nelson Mandela en Bill Clinton. In 2009 werd ze benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau. En vanaf deze maand ligt ook haar cd ‘Best of the Blue Note Years’
in de winkels. We kunnen dus wel vast stellen dat we hier te maken hebben met een echte ster in Leidsche Rijn.

 

Ik word verwelkomd in een mooi, ruim en licht appartement in Parkwijk. “Welke maat schoenen je?” Denise geeft me een paar sloffen. “Behalve dat zo mijn houten vloer mooi blijft, is het ook een Surinaamse gewoonte: niet met je straatschoenen door het huis.”
Ik vind het wel wat hebben… Ook de inrichting is echt Surinaams: veel planten, een deel in antieke koperen potten, koperen kandelaars,  Surinaamse poppen en veel, nog op te hangen, schilderijen.
“Ik woon hier inmiddels al een paar jaar, maar nog steeds is het niet af. Vooral dingen aan de muur ontbreken nog , maar dat vind ik ook lastig. Een schilderij ophangen is zo definitief, je krijgt gaten in de muur, en zometeen krijg ik spijt…”

 

Ik vraag me af hoe een groot musicus als zij terecht komt in Leidsche Rijn en niet ergens in Amerika woont…

“Het is heel simpel. Ik bladerde door een makelaarskrant, ik las de beschrijving van het appartement en dat sprak me aan. Ik kende de wijk niet, ik kende de opzet niet en pas later begreep ik dat het echt een uitbreiding van de stad Utrecht is.

Ik vind het wel mooi en interessant dat het zo in ontwikkeling is, er zit beweging in en er komen nog steeds nieuwe stukken bij. Ik fiets in een wip naar het gezondheidscentrum en het gezellige winkelcentrum. Ik heb het hier zeker naar mijn zin.

Ooit heb ik ook wel overwogen om in New York te gaan wonen. Zo was ik uitgerekend op de avond van 10 september 2001 daar een appartement aan het bezichtigen. Ik wilde er voor een jaar gaan wonen, maar na 9/11 werd alles anders. Alles veranderden en ik wilde na mijn optredens snel naar huis. Uiteindelijk zat ik in het vliegtuig terug naar Amsterdam met 86 man, terwijl er 350 in konden. Velen durfden toen niet meer te vliegen. Ik heb daar gelukkig geen last van en reis nog steeds heerlijk de wereld rond.

 

Ik hou van reizen. De sfeer op Schiphol, de spanning, je koffers pakken, hotelovernachtingen, een andere cultuur. Het voelt elke keer als een kleine vakantie, en wie wil dat niet?!

Maar gelukkig vind ik het ook altijd fijn om hier weer thuis te komen. Als ik weer terug ben na een reis roep ik ook altijd ‘Hallo huis, daar ben ik weer!’.

Ik heb hier een hele fijne plek en het uitzicht vanaf mijn appartement, 6-hoog, daar ben ik gek op! Je kan heel ver kijken. Aan de ene kant kun je de Domtoren zien, aan de andere kant kijk je neer op de atletiekbaan waar je elke dag andere mensen ziet sporten. En wanneer de avond valt, kan ik van de mooie zonsondergang genieten.
Een paar straten achter bij mij heb je een heerlijk plekje waar ik graag kom als het mooi weer is. Dan zit ik lekker met een boek op het bankje aan het water. Heerlijk die ruimte en die rust.

Ook met de buren is het contact leuk. Een paar keer per jaar hebben we een borrel, of een barbecue, echt gezellig. En mijn overburen Eric en Anneke zijn lieverds, zij zorgen voor mijn post en planten wanneer ik weg ben.

 

Ik woon al heel lang in Utrecht. Ik heb hier, inmiddels heel lang geleden, een tijd rechten gestudeerd.

Van huis uit kregen mijn drie zusjes en ik mee dat het belangrijk was onszelf te ontwikkelen. We keken het journaal, lazen de kranten en het werd ons op het hart gedrukt dat we later voor onszelf moesten kunnen zorgen. Kennis is macht. Het maakte niet uit wat je studeerde, maar wel dat je studeerde. Toen koos ik voor de studie rechten. Ik wist niet precies wat ik wilde, maar met rechten kon je veel kanten op.

Maar de muziek begon te trekken. Vanuit mijn verantwoordelijkheidsbesef en schuldgevoel, vooral naar mijn ouders toe, schreef ik me toch elk jaar weer in op de universiteit. Terwijl ik al lang klaar had kunnen zijn bleef ik maar een beetje doormodderen. De motivatie was al lang weg. Uiteindelijk heb ik toen de knoop doorgehakt en ben ik overgestapt naar het conservatorium. Van rechten zou ik nooit blij worden, van zingen wel!

Ik had simpelweg nooit nagedacht over een carrière als muzikant. Zingen hoorde zo bij mijn bestaan en was zo’n dagelijks onderdeel van mijn leven, dat ik er nooit bij stil had gestaan dat je daar ook je beroep van kon maken. Zingen was als eten, drinken en slapen. Bij ons thuis werd er altijd gezongen.
Zingen is voor iedereen fijn, of je het nou kan of niet, je moet gewoon lekker zingen. Op de fiets, onder de douche, met vrienden. Het maakt niet uit.

Ik hou ontzettend van zingen, en het maakt niet uit wat ik zing, welke taal of stijl.
Ik ben een Jazz zangeres. Maar van huis uit ook allround, ik beheers meerdere stijlen. Nu ben ik vooral door Jazz bekend geworden, maar soms werkt dat ook beperkend. Ik kreeg vaak het etiket opgeplakt dat ik alleen Jazz zing terwijl ik meer kan. Ik schrijf en componeer, zet ook poëzie op muziek. Ik presenteer, acteer, en ben zangpedagoge.
Het fijne aan muziek is dat eigenlijk alles mogelijk is en het is zo universeel.
Het maakt niet uit voor wie je zingt. Jong, oud, Europees, Aziatisch, het kan iedereen raken.

Daarom voelt het wel als een soort plicht om iets te doen met mijn stem.
Ik stel me heel dienstbaar op. Muziek troost, het laat je lachen, het laat je huilen. Muziek is echt magisch, het kan zoveel en het doet zoveel. Daarom ben ik me heel bewust van mijn verantwoordelijkheid als musicus.

Ik kan het voor mezelf houden, maar ik heb het gevoel dat ik er ook ben om iets voor iemand anders te betekenen. En dan niet Denise die iets kan betekenen, maar de muziek die ik mag overbrengen.

Ik vind het mooi om te zien dat ik met mijn stem en muziek mensen kan raken, in verroering kan brengen. Het maakt mij dan niet uit voor wie ik zing. Ik heb voor staatshoofden gezongen, maar zing ook dolgraag voor de bewoners van het Leendert Meeshuis in Bilthoven, een verzorgingstehuis. Dat maakt mij net zo gelukkig en tevreden. Tegen het einde loop ik ze altijd allemaal langs om hun handen te pakken of een aai over de wang te geven, al zingend. Dan voel ik de zindering, het trillen van de lucht tussen mij en de oudjes wier handen ik vastpak. Mensen die soms alleen nog met hun ogen kunnen praten, maar met wie ik even een dieper contact heb via de vibraties van de tonen die ik zing. Dat vind ik ontroerend en het geeft mij zoveel energie.

En sommige mensen zullen het niet begrijpen, maar ik zing ook graag op een begrafenis. Ik vind het fijn dat ik kan bijdragen aan een mooie begrafenis. Ik kan op zo’n dag, door maar twee minuutjes te zingen, mensen troost geven en dat is juist dan zo belangrijk.
Er zijn er die dat eng vinden, ik niet. Dat kan deels ook te maken hebben met dat ik wel geloof in een leven na de dood. De dood betekent voor mij niet  het einde en een definitief afscheid.

 

Ook mij doet muziek elke keer weer iets. Hoe vaak ik een nummer misschien ook zing, toch is het heel makkelijk om de gevoelens weer op te roepen. Elke keer is een andere dag, is het ander publiek en ik ben gewoon heel blij dat ik weer mag optreden. Het verveelt nooit.

Ik ben er heel dankbaar voor dat ik op deze manier boodschappen kan overbrengen.

Ik neem het dan ook nooit als vanzelfsprekend dat deze carrière mij gegeven is. Muziek en zingen is voor mij inderdaad werk, maar het is ook mijn passie en ontspanning. Dat is een luxe. Ik heb gewoon het leukste werk dat er is.

Ik ben een gezegend mens dat ik mag doen wat mij het meest gelukkig maakt.”

Nieuwsbrief Leidsche-Rijn.nl

Meld je gratis aan en blijf op de hoogte in Leidsche Rijn!
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

© 2022 Leidsche-Rijn.nl | Privacy | Website van

Scroll naar top